Interview Radboud Recharge

“Geloof niet elk opvoedboek”

Weinig periodes zijn voor ouders zo stressvol als de eerste maanden van hun baby. Roseriet Beijers, hoofddocent aan het Behavioural Science Institute, scheidt wat kaf van het koren in de stortvloed aan opvoedadviezen die jonge ouders overspoelt. ‘Respecteer de verschillen in ontwikkeling.’

Het is allerminst eenvoudig om evidente wetenschappelijke inzichten over de ontwikkeling van het jongste kind – de specialisatie van Beijers – in de huiskamers te krijgen. Al is het maar omdat robuuste, langlopende onderzoeken naar wat wel of niet werkt schaars zijn, aldus de onderzoeker. En inzichten die wél goed zijn ontwikkeld – over hechting, over slaap – staan soms lijnrecht tegenover elkaar als het gaat om concrete adviezen.

Zeker zijn er adviezen die door wetenschap worden gesteund, zoals de richtlijn van de World Health Organization (WHO) om de eerste zes maanden borstvoeding te geven en de wieg ’s nachts bij het ouderlijk bed te plaatsen. ‘Samen slapen op de ouderlijke kamer vermindert de kans op wiegendood, waarschijnlijk omdat ouders dan direct kunnen reageren op zorgelijke geluiden.’ Maar het advies wordt slecht opgevolgd, leert onderzoek: dertig procent houdt het samen slapen zes maanden vol. ‘Ouders denken bijvoorbeeld dat het kindje verwend zal raken, en altijd afhankelijk zal blijven van de nabijheid van ouders om in slaap te vallen of door te slapen.’

Beijers wijst erop dat het WHO-advies waarschijnlijk ook in de wind wordt geslagen vanwege de ouderlijke nachtrust: veel ouders moeten immers al weer snel na de geboorte aan het werk, ‘en dan hebben sommige ouders het moeilijk als elk zuchtje en kuchje uit de wieg ze wakker houdt’. Beijers bepleit langere verloven voor de ouders. ‘De omstandigheden geven vaak veel onrust en creëren vaak niet de juiste randvoorwaarden om bijvoorbeeld de WHO-adviezen op te volgen. Dan zijn we naar mijn idee niet goed bezig. Een goede start is niet alleen belangrijk voor de baby, maar voor de hele samenleving, omdat dit de kans op problemen op latere leeftijd vermindert.’

Vermeende verwennerij

De vermeende verwennerij met het wiegje naast het ouderlijk bed is maar één van de mythes die de ronde doen. Het onderzoek dat hierover bekend is, laat geen relatie zien tussen het nabije wiegje en latere afhankelijkheid bij het kind. Een andere hardnekkige mythe is het advies om baby’s niet te snel te troosten, ook niet bij hardnekkig huilen of huilen bij het slapen gaan. ‘Laten huilen, anders wordt-ie maar verwend en blijf je bezig’, luidt de lekenwijsheid. Onzin, zegt Beijers op basis van beschikbare gegevens: baby’s tot zes maanden kun je gewoon (proberen te) troosten. ‘Als baby’s heel jong zijn, kunnen ze geen relatie leggen tussen oorzaak en gevolg. Het lijkt kwalijker te zijn, uit oogpunt van latere hechting, om het huilen te negeren’, aldus Beijers.

Van hetzelfde laken een pak is de flesvoeding: die zou tegenwoordig zó goed zijn, dat je het gedoe met borstvoeding – laatst staan met kolven – gerust kunt besparen. Ook niet waar, zo wijst Beijers op de verbazingwekkende kwaliteiten van de moedermelk. Daarin zitten stofjes die inhaken op wat jóuw baby nodig heeft, met andere melk afhankelijk van het tijdstip van de dag, en of het een jongen of meisje is. ‘Zelfs past de melk zich aan als je kindje ziek is. Dat zijn allemaal dingen die je met poedermelk niet kun namaken.’

Opvoedstress

Juist de zo diverse ontwikkelingsgang van de allerjongste kinderen maakt in ogen van Beijers opvoedboeken problematisch: opvoeding past niet in een mal. Ze noemt het bij ouders al jaren immens populaire boek Oei ik groei!, dat uitgaat van vaste ontwikkelstappen binnen vaste termijnen. ‘Het boek is wetenschappelijk niet aan de maat, maar dat maakt voor het succes helaas niks uit.’ Beijers beveelt ouders geen opvoedboeken aan, maar inzichtboeken, zodat je de gevarieerde ontwikkeling kunt doorgronden. ‘Dan begrijp je bijvoorbeeld dat de meeste baby’s nog niet doorslapen in de eerste weken, en dat je je daar dus geen zorgen over hoeft te maken.’

Dit artikel is geschreven naar aanleiding van een vraag van een lezer van Radboud Recharge. Meer antwoorden op lezersvragen lees je in onze zomerspecial.

Foto: Lubomirkin via Unsplash

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s